Recensie: Closer van Het Nationale Toneel

Het toneelstuk Closer van David Marber begint een moderne klassieker te worden. Acht jaar geleden speelde Toneelgroep Amsterdam het stuk, twee jaar geleden werd het verfilmd met onder andere Julia Roberts en Clive Owen. Nu speelt Het Nationale Toneel het stuk in de vlotte vertaling van Martin Bril. Regisseur Antoine Uitdehaag koos met Bracha van Doesburgh, Daan Schuurmans, Eva Duijvestein en Roef Ragas vier jonge acteurs die ondanks hun toneelopleiding vooral bekend zijn geworden door televisieseries en films.

Het stuk bestaat uit twaalf scenes voor twee mensen. In een eenvoudig decor van verrijdbare witte doeken draaien ze om elkaar heen. Ze flirten, worden verliefd, gaan vreemd en gaan uit elkaar, en dat doen ze in spitsvondige gesprekken met emotionele uitbarstingen. Een fotografe, een arts, een journalist en een stripper. In hun relaties zijn ze volkomen zelfzuchtig, in de wetenschap dat de ander dat ook is.

De twee mannen hechten aan de waarheid. Als overspel van hun partner aan het licht komt willen ze alle vunzige details weten. De vrouwen verkiezen de zoete leugen, en de stripper specialiseert daar zelfs in: we weten niet eens zeker of haar naam Alice of Jane is. De gesprekken over hun relaties zijn krachtmetingen, wedstrijden. Maar hoe dicht bij elkaar ze ook komen, nooit zijn ze samen. De anatomische pop met uitneembare ingewanden die de hele voorstelling voor op toneel staatbenadrukt hoe weinig ruimte er zit tussen aanraken en bloed vergieten.

De vier acteurs hebben nog niet zoveel toneelervaring, maar redden zich prima. Vooral Ragas is mooi als primitieve, sexbeluste man met zelfkennis. Van Doesburgh is soms te schril en Duijvestein maakt haar personage wel erg hard. Ook gaat de voorstelling tegen het eind wat trekken. Het publiek weet al lang dat geen van de vier zal ontsnappen aan de eenzaamheid. Het zijn kleine bezwaren tegen een verder onderhoudende voorstelling, die zowel de luchtigheid van Marber’s stuk als zijn rauwe boodschap goed weet over te brengen.

Je zou je wel kunnen afvragen of dit soort toegankelijk toneel met van televisie bekende acteurs en een van film bekend verhaal niet eigenlijk door vrije producenten zou moeten worden gemaakt in plaats door een gesubsidieerd gezelschap. Het voornaamste argument daartegen is dat commerciële produkties zelden dit niveau halen, meestal door tekort aan aandacht en repetitietijd. Maar eigenlijk is het zonde dat zo’n voorstelling door Het Nationale Toneel moet worden gemaakt.

Theater Closer van Het Nationale Toneel. Gezien 25/11/06 in Rotterdam. Te zien in Amsterdam (Compagnietheater) 27/10 t/m 4/11 en 22/11 t/m 2/12, tournee t/m 23/12. Meer info op www.hnt.nl

Recensie: Schitterend Gebrek door De Tijd

Parool,recensies — simber op 25 oktober 2006 om 01:01 uur
tags: , , , , ,

Dat Nederlandse literatuur zich in warme belangstelling mag verheugen, blijkt maar eens uit de toneelbewerking van Arthur Japin’s hitroman uit 2003 Een schitterend gebrek. Het anders vooral door insiders bezochte Vlaamse gezelschap De Tijd trekt er uitverkochte zalen mee tijdens een langere tournee. Toch is dit zeker méér dan een voorstelling uitsluitend voor Japin-fans.

Japin kiest als hoofdpersoon voor zijn verhaal over onmacht in de liefde Lucia, de eerste geliefde van de legendarische vrouwenverslinder Giacomo Casanova. Als pubers ontmoeten ze elkaar op Italiaans landgoed en worden verliefd, dan nog gretig en ongeremd. Hij moet gaan, maar als hij terugkomt uit Venetië zullen ze trouwen. In de tussentijd raakt zij verminkt door de pokken en kiest ervoor te verdwijnen. Vele jaren en vele minnaars en minnaressen later ontmoeten ze elkaar opnieuw in Amsterdam zonder dat hij haar herkent; zij verbergt haar littekens achter een voile. Ze spelen het verleidingsspel opnieuw, maar nu ouder, wijzer, triester en harder.

Wie een geënsceneerde versie van de roman verwacht komt bedrogen uit. Regisseur Lucas Vandervost kiest voor rigoreus verteltheater, met een minimum aan theatraliteit. Twee jonge actrices -Rosa Vandervost en Suzanne Grotenhuis- spreken soms in de eerste persoon, soms in de derde en wisselen in de spitse dialogen tussen de minaars steeds van rol. Hun intense, zorgvuldige tekstbehandeling zorgt voor spanning en grote concentratie.

De actrices liggen qua leeftijd en mentaliteit dichter bij de jonge Lucia dan bij de oude en het is mooi om de schuchterheid en twijfel te zien waarmee ze de koele ideeën over liefde van de door schade en schande wijs geworden Lucia uitspreken. De voorstelling wordt daardoor melancholieker dan het boek.

Japin vertelt zijn verhaal met on-Hollandse charme, maar wijst met sardonisch genoegen op de gebreken van het idee van de romantische liefde. Door de strijd tussen de jonge en de oude geliefden uit het boek te vertalen naar de strijd tussen de actrices en het materiaal kiest De Tijd voor een iets hoopvoller conclusie.

De voorstelling dreigde deze avond van de Nederlandse première overigens nogal zwaar op de hand te worden. Het subtiele understatement de speelsters wel degelijk inzetten wordt door het Nederlandse publiek nauwelijks opgepikt. Vlamingen en Nederlanders kunnen hun literatuur delen, maar elkaars gevoel voor humor blijkt moeilijker overdraagbaar.

Theater Schitterend Gebrek door De Tijd, naar de roman van Arthur Japin. Gezien 24/10/06 in de Toneelschuur Haarlem. Te zien in De Brakke Grond in Amsterdam 9 t/m 11/11, tournee t/m 2/12. Meer informatie op www.detijd.be

Recensie: Breekbaar van Het Zuidelijk Toneel

Toen Matthijs Rümke vorig seizoen artistiek leider werd van Het Zuidelijk Toneel presenteerde hij een ambitieus plan. Het Eindhovense gezelschap zou voornamelijk nieuwe Nederlandse toneelteksten gaan presenteren. Maar de eerste twee voorstellingen die Rümke regisseerde –Tirannie van de Tijd en Walhalla– bleken stevige mislukkingen, waarbij vooral de kwaliteit van de stukken tegenviel.

Helaas brengt Breekbaar geen kentering in deze neerwaardse trend. Het nieuwe toneelstuk van Frans Strijards moest een tragikomische satire over het theatervak worden, maar blijkt een quasi-filosofisch samenraapsel met een bittere ondertoon.

Het verhaal gaat over uitgerangeerde theaterdiva Magda (Ria Eimers) die een cursus geeft aan vier acteurs van een jongere generatie. In de loop van het stuk werken ze aan musicalnummer met zang en dans, hebben ze conflicten, en debiteert Magda clichés over theater als vrijplaats en als “onvoorwaardelijke voorkeurstem op het leven.” De studenten worden onstellend oppervlakkig neergezet. De een is een soap-sterretje, een ander danseres in een louche club, een derde komt van de afdeling damesmode. Ze zijn alleen maar op zoek naar roem en geld.

Het uitgangspunt zou misschien nog kunnen werken als over-the-top persiflage op Idols, maar het cynisme in de tekst geeft geen ruimte voor de relativering die daarbij nodig is. Bovendien is het moeilijk om het personage Magda los te zien van Strijards’ eigen positie in het theaterveld: vroeger bejubeld schrijver en regisseur, maar nu verworden tot toneeldinosaurus.

Regisseur Rümke heeft duidelijk geen vat gekregen op dit magere vehikel. Het voornaamste decorstuk is een grote show-trap die de cursisten gebruiken voor hun presentaties. Achterop het podium staat een grote carnavalswagen. Tegen het einde laat Rümke een enorme hoeveelheid achterdoeken -een bos, een balzaal, een schilderij, glimmende lappen, enzovoort- achter elkaar naar beneden zakken en weer opstijgen. Is het een parodie op de platheid en technische krachtpatserij in moderne musicals? Of typeert het de krachteloosheid van deze regie zelf?

Ook de spelers lijken verdwaald. Ria Eimers is eerder een excentrieke maar lieve tante dan een bitchy diva, en de vier jongere cursisten (Nanette Edens, Trudi Klever, Jorrit Ruijs en Heike Wisse) worstelen met hun danspasjes en met hun lelijke kostuums. Bert Luppes als de zakelijk leider van Magda is de enige op het toneel die het nog een beetje naar z’n zin lijkt te hebben. Hij heeft dan ook de paar sterke one-liners die het stuk wel biedt

Binnen en buiten het theaterveld klinkt tegenwoordig vaak de mening dat er meer Nederlands toneelrepertoire zou moeten zijn. Ongewild vormen de voorstellingen van Het Zuidelijk Toneel goede argumenten tégen die stelling.

Theater Breekbaar van Het Zuidelijk Toneel. Tekst: Frans Strijards, regie Matthijs Rümke. Gezien 13/10/06, Schouwburg Eindhoven. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 19/11. Tournee t/m 12/1/07. Meer informatie op www.hzt.nl

Recensie: Paard van Mirthe Klieverik

Parool,recensies — simber op 12 oktober 2006 om 20:24 uur
tags: , ,

Mirthe Klieverik speelt een paard. Ze briest, galoppeert rondjes over het podium of knabbelt bedachtzaam aan een bosje bloemen in een vaasje. En ze kan praten, dus ze vertelt een verhaal. Over het andere paard dat ze denkt dat ze is. Want hoewel ze eruit ziet als een veulen, met glanzende vacht en een nog wollige staart, voelt ze zich eigenlijk een oude, knokige knol. En niet zomaar een knol, maar Roccinant, het paard van Don Quichot.

Die merkwaardige constructie -actrice speelt pratend paard dat een ander paard wil zijn- is een vondst van Esther Gerritsen, de toneelschrijfster die zoveel oog heeft voor alledaagse gekte. De tekst werkt omdat de absurde logica zo consequent wordt volgehouden. Het lijkt bijna een mop, maar achter de gortdroge humor schuilt een verhaal over identiteit en eenzaamheid.

Ze vertelt dat ze niet van andere paarden houdt. Die keuren je geen blik waardig als je nog maar een veulen bent. Liever zit ze met mensen in de kroeg: “Als ze het dan hebben over ‘het paard’ weet je tenminste dat het over jou gaat”, debiteert ze wijs. En zolang je niet gaat staan pissen in het café willen mensen graag met je praten, als ze eenmaal bekomen zijn van de verbazing om een pratend paard.

Het is jammer dat de jonge actrice Mirthe Klieverik vooral de lichte kant van de tekst benadrukt. Soms lijkt het alsof ze het stuk behandelt als een lang uitgerekte cabaret-sketch. Vooral aan het eind wreekt dat zich: de lyrische beschrijving van de liefde van Don Quichot voor zijn scharminkelige paard blijft te vlak.

Paard, Lunchpauzevoorstelling van Mirthe Klieverik. Tekst: Esther Gerritsen Gezien 12/10/06, in Bellevue. Aldaar t/m 20/10. Meer info op www.theaterbellevue.nl.

Recensie: Hemel boven Berlijn van Toneelgroep Amsterdam en het American Repertory Theatre

In de voorstellingen van regisseuse Ola Mafaalani zwerven opvallend vaak engelen over het toneel. Figuren die buiten de verwikkelingen staan en alleen maar observeren en soms troost kunnen bieden aan de andere personages. In haar nieuwe voorstelling, Hemel boven Berlijn, hebben de engelen de hoofdrol, met half geslaagd resultaat.

De voorstelling is een bewerking van de film Der Himmel über Berlin van de Duitse regisseur Wim Wenders uit 1987. Die film was een contemplatieve sfeertekening over eenzaamheid en verlangen, Mafaalani laat de meeste verwijzingen naar Berlijn en de muur weg en benadrukt dat het verhaal toch vooral een modern sprookje is. De voorstelling is een samenwerking tussen Toneelgroep Amsterdam en de American Repertory Theatre uit Boston.

De engelen Damiel (gespeeld door Fedja van Huêt) en Cassiel (de Amerikaanse acteur Bernard White) dwalen al eeuwenlang over de wereld. Ze horen wat mensen denken, maar kunnen niet in hun levens ingrijpen, hoogstens kunnen ze mensen even een klein gevoel van hoop geven. Als Damiel verliefd wordt op de circusacrobate Marion, besluit hij om zijn eeuwige bestaan op te geven en een sterfelijk mens te worden.

Het decor is een bewust lullige opstelling van plastic tuinstoeltjes rondom een snackbar in het verder lege toneelhuis. Uit de hoogte stromen mooi uitgelicht dunne stralen zand, die in de loop van de voorstelling bergjes vormen op het toneel. De eeuwigheid als regenbui uit een omgekeerde zandloper.

Van Huêt maakt een prachtige act van Damiel’s menswording: enthousiast leert hij de kleuren onderscheiden, de smaak van koffie proeven en pijn voelen omdat de koffie te heet is. Deze ontdekking van het leven en de ontmoeting met Marion, en haar realisatie dat dit de vervulling is van oud verlangen, zijn ontroerend en maken de banaal klinkende waarheid dat het leven met aandacht voor details geleefd moet worden even voelbaar. Een pleidooi voor slow food voor de ziel.

Maar de boodschap wordt ingebed tussen een hoop onsubtiele losse flodders. Noraly Beyer leest het nieuws van de dag voor, Fred Goessens houdt een woedende tirade over onverschilligheid, Hadwych Minis zingt een lied in het Spaans, speelt viool én heel cool basgitaar, de Amerikaanse acteur Stephen Payne is een heel geestige gevallen engel en trapeze-artieste Mam Smith als Marion doet een spectaculair acrobatisch nummer hoog boven het podium.

Soms is het raak en komen alle elementen samen in een keelsnoerend mooi beeld, zoals wanneer Cassiel een zelfmoordenaar niet van zijn daad kan afhouden. Maar vaker is het onrustig toneel dat zijn eigen boodschap ondergraaft.

Hemel boven Berlijn van Toneelgroep Amsterdam en het American Repertory Theatre. Regie: Ola Mafaalani. Gezien, 8/10/06 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 20/10, tournee t/m 9/11. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Reblog this post [with Zemanta]

Recensie: Athella/Othello van De Nieuw Amsterdam

Othello is een wit stuk van een witte schrijver voor een wit publiek over raciale stereotypen. “Zwarten moeten er niet aan meewerken”, houdt schrijver Abdelkader Benali het publiek voor. Maar natuurlijk is het precies wat Benali wèl doet. En hij is de eerste niet. Multiculturele theatergroepen gebruiken Shakespeare’s verhaal over de jaloerse Moor vaak als uitgangspunt.

Zo speelde Cosmic in 1998 O.J. Othello waarin paralellen worden getrokken tussen de verhalen van Othello en O.J. Simpson, de van moord verdachte Amerikaanse football-speler. Recenter speelde het Onafhankelijk Toneel een versie waarin Bert Luppes Othello speelde als enige Nederlander tussen Marokkaanse acteurs.

Net als die eerdere voorstellingen is dit geen trouwe bewerking van het verhaal over de Moorse legerleider die door de intrigant Iago wordt aangezet tot jaloezie en moord op zijn blanke vrouw Desdemona. Benali schreef het stuk deze zomer terwijl hij in Beiroet verbleef tijdens de bombardementen door Israël. Hij maakte er een beschouwing over het perspectief van de vreemdeling, de zwarte in een witte samenleving. Maar beschouwing alleen maakt nog geen boeiend toneel.

De Athella uit de titel is een acteur die over een uurtje op moet als Othello. Athella is zwart en wordt gespeeld door de Surinaamse acteur Felix Burleson. Maar zwart is niet zwart genoeg en Burleson geeft zijn gezicht met schoensmeer de juiste tint. Hij vertelt over zijn leven, van het verre land achter de bergen waar hij opgroeide tot de toneelschool in Nederland, maar de rommelige structuur en de vele perspectiefwijzigingen maken zijn verhaal moeilijk te volgen.

Iago en Desdemona komen ook nog voorbij; Benali’s beschrijvingen verwijzen steels naar Pim Fortuyn en Ayaan Hirsi Ali -die ook op een fotootje in het decor terugkomt-, maar het is krachteloos. De verbanden zijn gezocht en er mist een dwingende schrijvershand om alle thema’s bij elkaar te houden.

Burleson heeft een mooie stem en is prettig om naar te kijken, maar ook hij kan deze tekst niet spannender maken.

Theater Athella/Othello van De Nieuw Amsterdam. Tekst: Abdelkader Benali; Regie: Caspar Nieuwenhuis; Spel: Felix Burleson. Gezien, 5/10/06, Theater Bellevue. Aldaar t/m 7/10, tournee t/m 24/11. Meer info op www.denieuwamsterdam.nl

Reblog this post [with Zemanta]

Recensie: Zijde van Orkater

Parool,recensies — simber op 28 september 2006 om 17:19 uur
tags: , , ,

Porgy Franssen maakte twee jaar geleden Novecento, pianist der oceanen dat hem de kans gaf zijn talent als verteller te etaleren. Nu gebruikt hij opnieuw een verhaal van Allesandro Baricco als uitgangspunt voor een voorstelling in kleine setting, waarbij het publiek aan zijn lippen hangt.

Het verhaal gaat over Hervé Joncour die halverwege de 19e eeuw ieder jaar naar het Midden Oosten reist om zijderupsen te kopen voor de spinnerijen en wevers in zijn geboortedorp in Frankrijk. Een ziekte onder de rupsen zorgt ervoor dat hij zijn handel verder weg moet zoeken, in Japan.

Daar vindt hij de mooiste zijde, de zwijgzame heerser Hara-Kei en diens mysterieuze vrouw met westerse ogen. Hij raakt in de ban van haar en ondanks dat ze nooit met elkaar spreken wordt zij de belangrijkste reden om jaarlijks de lange, zware reis te ondernemen. Maar ondanks zijn verlangen onderdrukt Joncour zijn emoties: hij blijft een toeschouwer van zijn eigen leven.

Franssen vertelt het verhaal met oneindige charme. Zijn ingehouden stijl klopt mooi bij de geschetste wereld van tuinen, vogelkooien en wereldreizen die lang maar ook voorspelbaar zijn. Het geluidsdecor is onnadrukkelijk, romantische pianomuziek, maar ook oosterse klanken. Het decor is een toonzaal van japanse meubels in vitrines, overdekt met witte zijden doeken. Zij benadrukken de afstand waarmee Joncour zijn leven beschouwd.

Het is het contrast tussen die afstand enerzijds en de passie waarmee zijn verhaal verteld wordt anderzijds die dit een bijzonder aangename vertelvoorstelling maken.

Theater Zijde van Orkater. Naar de novelle van Alessandro Baricco, door Porgy Franssen. Gezien 22/9/06 in De Verkadefabriek, Den Bosch. Te zien in Amstelveen (Schouwburg) 13 en 14/10, in Amsterdam (Bellevue) 17 t/m 22/10. Meer info op www.orkater.nl

Recensie: Alexander van Het Toneel Speelt

Parool,recensies — simber op 27 september 2006 om 08:27 uur
tags: , , , , ,

Willem Jan Otten is vooral bekend door zijn romans, zoals het met de Libris Literatuur Prijs bekroonde Specht en zoon. Maar daarnaast is Otten een productief toneelschrijver. Voor zijn nieuwe stuk Alexander baseerde hij zich op het leven van Alexander de Grote. We volgen de Macedonische vorst tijdens zijn veldtocht tegen het Perzië van koning Dareios. Bij de eerste veldslag neemt Alexander Dareios’ moeder, vrouw en minnares gevangen. Tegen de verwachtingen van zijn legerstaf in laat hij hen leven, terwijl hij tot aan Babylon toe verder jaagt op zijn grote vijand.

Otten schreef een stuk in vijfvoetige jamben dat druipt van symboliek. Grote kwesties als vrijheid en angst, geschiedenis en waarheid en de mogelijkheid van rechtvaardige oorlog stapelen zich op, naast verwijzingen naar de oorlog in Irak en christelijke symboliek. Hoewel het verhaal over de verwikkelingen en conflicten van Alexander en zijn oorlogsmakkers vlot verteld wordt, voelt de voorstelling al snel topzwaar door de overdaad aan thematiek. Als toeschouwer ga je ernaar verlangen de tekst nog eens rustig na te lezen, om de verschillende lagen en symbolen beter te begrijpen. Otten de toneelschrijver heeft zich te zeer laten meeslepen door Otten de romanschrijver.

Regisseuse Ira Judkovskaja, die met deze voorstelling debuteert in de grote zaal, maakte de verstandige keuze om niet de symboliek, maar het verhaal centraal te stellen. Vormgeving en spelstijl lijken de volheid en gelaagdheid van de tekst niet te veel in de weg te willen zitten. Met enkele sterke beelden -het uitstorten van emmers stenen over de speelvloer, het opzetten van een legertent- wordt de situatie neergezet, waarna de acteurs met verrassend gemak de poëtische tekst spelen.

Minder gelukkig is de keuze om de belangrijkste rollen te laten spelen door piepjonge acteurs, waarvan sommigen zelfs nog op de toneelschool zitten. Ze spelen zeker niet slecht, maar missen toch het gewicht om een voorstelling van dit kaliber te dragen. Vooral Kaspar Schellingerhout wordt in het begin nogal weggeblazen door Kees Boot en Mark Rietman, ervaren rotten in bijrollen. Rietman speelt overigens mooi een bulderende oude generaal wiens zoon sneuvelt, maar zit op momenten dicht tegen schmieren aan.

Speciale vermelding verdient Petra Laseur als de moeder van koning Dareios, die heen en weer geslingerd wordt tussen verdriet om haar zoon en bewondering voor diens vijand. Het is alleen zo jammer dat ze iedere keer in nieuwe lachwekkend lelijke jurken van glimplastic wordt gehesen. Dat doet toch afbreuk aan haar personage. De vormgeving kent meer van deze stevige missers, zoals de krakkemikkige maan op het achterdoek en de onfraaie grime. Het versterkt de indruk dat Alexander meer voor de leunstoel dan voor het toneel is gemaakt.

Alexander van Willem Jan Otten door Het Toneel Speelt. Gezien 26/9/06, Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar t/m 28/9 en van 31/10 t/m 2/11. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

Recensie: Van alle tijden van Daniël Samkalden door Bellevue Lunchtheater

Parool,recensies — simber op 26 september 2006 om 13:01 uur
tags: , ,

Vier vrienden -drie zitten op de Toneelschool, één op de Kleinkunstacademie- willen een voorstelling maken over het maken van een voorstelling door vier vrienden. Het is eind jaren zestig, maar hun voorstelling moet spelen eind jaren dertig. Of nee, dat is te ingewikkeld met de oorlog en zo, liever een voorstelling die in de toekomst speelt. In 2006 bijvoorbeeld. De jonge kleinkunstenaar Daniël Samkalden heeft met zijn toneelstuk Van alle tijden een geestig spiegelpaleis gebouwd.

De spelers doen met hun bakkebaarden, hun vele, vele roken en hun archaïsche taalgebruik vrolijk de jaren zestig na. De vier vrienden -een revolutionair, een onzekere idealist, een burgerlijke estheet en de schrijver met het goede idee- komen na hun lessen van “Ank” (van der Moer) bij elkaar in de kroeg en spelen de scènes die de schrijver voor hen heeft bedacht. De schrijver, gespeeld door Samkalden zelf, en zijn spelers proberen zich een toekomst voor te stellen, waarin hun idealen, zoals seksuele bevrijding en individuele ontplooiing, werkelijkheid zijn geworden.

Het leidt tot humoristische situaties waarbij de nog lelieblanke acteurtjes een nogal expliciet sexueel gesprek moeten voeren of als de toekomstige openhartigheid leidt tot spanningen in de vriendschap. De grappige verwijzingen naar de hegemonie van de Verenigde Staten, mobiele telefoons en de angst voor bommen (nucleair of terroristisch) maken duidelijk dat hoewel de tijden veranderen er ook heel veel hetzelfde blijft. Ook het verschillende taalgebruik van de personages in de jaren dertig, zestig en nul is op geestige wijze getroffen.

Uiteindelijk blijkt toekomst van de studenten helemaal niet zo rooskleurig. De schrijver ziet dat de ideeën van hun tijd uiteindelijk in 2006 zullen leiden tot cynisme, de eenzaamheid en de ongeremde zelfexpressie. Een keiharde afrekening met de generatie van ’68 is deze voorstelling echter niet. Daarvoor is de toon te licht en de boodschap te weinig hoogdravend. Bovendien concentreert Samkalden zich, zoals de titel al aangeeft, op de dingen die onveranderlijk zijn. Dat maakt dit een sympathieke, maar niet hemelbestormende voorstelling.

Van alle tijden van Daniël Samkalden door Bellevue Lunchtheater. Met Guy Clemens, Sylvia Hoeks, Merijn de Jong, Abel Nienhuis en Daniël Samkalden. Gezien 22/9/06 in Bellevue, aldaar t/m 1/10. Meer info op www.lunchvoorstelling.nl

Over het IJ Festival: ‘Paradiso, stad van de toekomst’, ‘De engel, de straat en het geluk’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:38 uur
tags: , , , , ,

Er wordt een hoop uitgedeeld op het Over het IJ Festival. Van Thijs Bloothoofd krijgt iedere toeschouwer na afloop van zijn grappige mime-performance Rood een stuiterballetje. Floor van Leeuwen geeft haar hele inboedel weg: voor haar voorstelling mag je een geel stickertje met je naam erop op een van de vele voorwerpen uit haar huisraad plakken, na afloop van haar voorstelling Dag, waarin ze langzaam in een glazen kist klimt en zichzelf bedekt met zwarte sneeuw mag je het door jou uitgekozen boek, kandelaartje of fotolijstje meenemen. Er wordt koffie en cake geserveerd.

De twee voorstellingen zijn onderdeel van het Zeecontainerproject van het festival. Vijftien jonge theatermakers, net afgestudeerd of aan het eind van hun studie, krijgen een container en vijftien minuten om een kleine voorstelling te maken. Het project staat nu voor de derde maal op Over het IJ en is er nu al een onlosmakelijk onderdeel van geworden. De beperkingen in tijd en ruimte worden door de makers op inventieve wijze opgelost en dat levert een paar mooie miniatuurtjes op

Ook aan het begin van Paradiso, stad van de toekomst wordt er uitgedeeld. Een van de hippe, overdreven blije acteurs heeft besloten afstand te doen van al zijn bezittingen. Zijn bed, z’n flatscreen televisie en een boekenkast worden weggegeven aan het publiek. De makers hebben een stad gebouwd waarin ieders toekomstvisioenen uitkomen. De acteurs vertellen over hun kinderlijk diepzinnige ideeën voor de toekomst, zoals een telefoon om met het hiernamaals te bellen, een apparaat om de tijd stil te zetten of een winkel waar je je gebroken hart kunt laten repareren.

Paradiso is een ambitieus project van jeugdheatergroep Max, in samenwerking met studenten architectuur en verschillende festivals. De jonge architecten maakten vier huizen waartussen het publiek rondloopt en waarbinnen kleine scènes gespeeld worden. Zoals een woordloze, natte en poëtische scène over twee vrouwen die dromen hoeden in een constructie van 1100 grote waterflessen, of een light therapiesessie waarin de toeschouwers een nadeel leren ombuigen in een voordeel binnenin een opblaasbare tent.

Ondanks de open opstelling en toon is de voorstelling nogal dwingend. Je wordt als bezoeker van plek naar plek gedirigeerd, krijgt tijgerbalsem opgesmeerd, moet je frustraties in een schoteltje projecteren en weggooien en nadenken over je eigen utopische dromen. De opgelegde blijheid en drang tot zelfverbetering horen meer thuis in de softe sector dan in een ideale toekomst.

Hoe je openheid wél kunt bereiken tonen de regisseurs Andreas Bachmair en Anne Rooschüz met de voorstelling De engel, de straat en het geluk die ze maakten met bewoners van de Gentiaanpleinbuurt in Amsterdam Noord. Het publiek zit op een rijdende tribune die door de straten wordt getrokken, langs de acteurs/bewoners die planten verplaatsen, worstjes braden op een barbecue of meezingen met hun iPod. Een jonge vrouw loopt met ons mee en vertelt welke dromen en verhalen ze hebben.

Langzamerhand kom je erachter dat het publiek net zoveel bekijks trekt van buurtbewoners en verbijsterde voorbijgangers als de voorstelling. Aan het eind wordt de tribune midden in de wijk geparkeerd en kunnen de toeschouwers samen met acteurs en de buurtbewoners een biertje drinken. Het is een buitengewoon interessante vorm van community theatre die Over het IJ hier presenteert, waarmee het festival een geslaagde verbinding maakt tussen de bewoners, het industriële erfgoed van de NDSM, en de culturele voorhoede van de stad, die zich begint te nestelen rond de IJ-kantine.

Over het IJ Festival. Paradiso, stad van de toekomst van Theatergroep Max., De engel, de straat en het geluk van Blood for Roses/Andreas Bachmair, Zeecontainerprogramma. Gezien 8/7/06, het Over het IJ Festival duurt nog t/m 16/7. Meer informatie op www.overhetij.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2025 Simber | powered by WordPress with Barecity