Recensie: ‘Roll with it’ van Lucas de Man/St. Nieuwe Helden

Parool,recensies — simber op 25 januari 2009 om 22:09 uur
tags: , ,

Een voorstelling met als publiciteitstekst “fuck dit tekstje en kom gewoon” is natuurlijk bij voorbaat al sympathiek. De vorig jaar afgestudeerde regisseur Lucas de Man en zijn Stichting Nieuwe Helden zijn ook niet bang voor de allergrootste thema’s in het theater: eerlijkheid en de ‘echtheid’ van alles wat je doet op het podium. Maar in hun jeugdige overmoed zijn ze wel erg ver doorgeschoten in naïviteit

Roll with it is een performance voor De Man en nog vier acteurs, een kruising tussen therapie, repetitielokaal en De Lama’s. In een volledig omgebouw Gasthuis zit het publiek op verschillende plekken in de ruimte, met in het midden een speelvloer voor de acteurs, die aankondigen dat er niks vast ligt en dat ze allemaal een of meer ‘nummers’ te doen, waarin ze op hun manier zo oprecht mogelijk proberen te zijn.

Een van hen heeft zichzelf de opdracht gegeven om een strakke dans te doen waar hij zelf in kan geloven, een ander gaat het publiek voor in een lach-cursus, een derde richt grimmig een pistooltje op toeschouwers en vraagt: “ja of nee?” en weer een vraag aan een ander keer op keer om hem hard in zijn gezicht te slaan: “Ik wil ècht iets voelen.” Tussendoor doen ze dansante wedstrijdjes armpje drukken, of rolt er uit een hoog opgehangen printer een opdracht voor de vijf, opgegeven door een toeschouwer van gisteravond.

Het grootste probleem lijkt dat er zo weinig kameraadschap te zien is tussen de acteurs: tijdens hun individuele nummers worden ze weinig opgejaagd, tegengesproken of uitgedaagd. De poging tot oprechtheid zit in hun eigen hoofd en wordt niet zichtbaar voor het publiek. De schaarse keren waarop dat wel gebeurd – De Man die de Tsjechische Jan Barta dwingt Nederlands te spreken, de afspraak om op bepaalde momenten alle bijgedachten moeten worden uitgesproken-  zijn meteen spannend. Als ze samen een paar liedjes spelen zijn ze even een (goed) bandje, maar de harde muziek plaatst de jongens weer op afstand.

Maar de openheid van de setting is wel verleidelijk. De toeschouwers zijn vrij genoeg om zich ertegenaan te bemoeien en als sommige onderdelen minder spontaan zijn dan De Man ons wil doen geloven, dan is dat goed gespeeld. Deze voorstelling werd een beetje grimmig omdat één van de acteurs een opdracht weigerde, wat tot een venijnige ruzie leidde. Andere avonden zullen meliger, serieuzer of intiemer zijn.

Maar het blijft onbeholpen, deze oprechtheid zonder theatrale vorm. Voor de makers waarschijnlijk confronterend en waardevol, maar voor het publiek uiteindelijk oninteressant.

Roll with it van Nieuwe Helden en Frascati Producties. Gezien 24/1/09 in Frascati WG (vh. Gasthuis). Aldaar t/m 31/1. Meer info op www.rollwithit.nl

Recensie: ‘De Anderen’ van Olivier Provily

Parool,recensies — simber op 22 januari 2009 om 01:23 uur
tags: ,

Het begint onschuldig. Gesprekjes over sociale onhandigheid –telefoongesprekken en ongewenste ontmoetingen op straat- en depressie. Twee broers en een zus zitten bij elkaar. De ene broer is passief, de andere somber, de zus heeft snel haar oordelen klaar. Ze zitten in een kaal decor van rijen stoelen. Sommige op z’n kop of op elkaar, zoals in een aula in de vakantie of een lege kerk; er staat vooraan ook een Mariabeeld.

Olivier Provily keert na zijn ongelukkige ontslag bij Het Zuidelijk Toneel terug in het experimentele kleine zaalcircuit, ongetwijfeld met gemengde gevoelens: Provily heeft altijd gemeend dat zijn –radicale en soms tergende werk- een plaats moet hebben in de grote zaal. De komende twee jaar zal hij echter op kleinere schaal het begrip ‘innerlijk theater’ onderzoeken, om te beginnen in De Anderen, dat hij schreef en regisseerde.

Gaandeweg kun je begrijpen wat hij bedoelt met dat ‘innerlijk theater’. Onder de tamelijk banale woordenwisselingen worden de aanwezige wanhoop, frustraties en ongemakken steeds impliciet gehouden. Het acteren is onderkoeld, het valt op dat de acteurs iedere vorm van toneelmatigheid proberen te mijden, wat als nadeel heeft dat ze niet altijd goed te verstaan zijn, maar als voordeel dat de droge humor in de tekst naar voren komt.

Het gesprek wordt langzaam interessanter als de personages iets van hun perversiteiten laten zien. De zus loopt graag naakt in het bos, de twee broers hebben wel eens homosexueel geëxperimenteerd en de trieste broer trekt al zijn kleren uit. Maar er is geen ontwikkeling. De zus leest een citaat voor over de nietigheid van het menselijk bestaan en na iets meer dan een uur is het afgelopen.

Het punt is dat de optelsom van de impliciete tekst, ingehouden spel en een leeg decor een stapeling van subtiliteit is die veel vraagt van de toeschouwer en zelfs een tikje vrijblijvend aanvoelt voor wie er niet direct de poëzie in ziet. Daar staat tegenover dat Provily de banaliteiten en het minimalisme gebruikt om een bijzonder soort concentratie bij zijn spelers te bewerkstelligen. Innerlijk theater is een intrigerend begrip, maar er mag nog meer naar buiten komen.

De Anderen van Olivier Provily. Gezien 21/1/09 in Hetveem Theater. Aldaar t/m 25/1. Tournee.

Recensie: ‘Op hoop van zegen’ door Het Toneel Speelt

In de top-tien lijst van de verkiezing voor het beste toneelstuk aller tijden (op dit moment georganiseerd door theaterwebsite Moose en vakblad TM) komt het niet voor en na vanavond zou ik zeggen: onterecht. Op hoop van zegen van Heijermans blijkt opnieuw een meesterlijk toneelstuk, eenvoudig van opzet, ritmisch van taal en universeel in zijn menselijkheid.

Het Toneel Speelt benadrukt in een sobere enscenering met enkele heftige uitbarstingen vooral het universele van de visserstragedie –Heijermans’ eigen, meer politieke boodschap is begrijpelijkerwijs op de achtergrond geplaatst- en kiest als belangrijkste thema de gehoorzaamheid. De gehoorzaamheid van zeemansweduwe Kniertje aan reder Bos bij wie ze schoonmaakt om in haar levensonderhoud te voorzien, de gehoorzaamheid van kinderen aan hun ouders en de onderworpenheid van mensen aan een werkend en schijnbaar logisch, maar gruwelijk systeem: de gevaarlijke visserij die weinig geld oplevert maar veel mensenlevens kost.

Bijna de hele voorstelling speelt zich af in een zwart toneelbeeld, alleen onderbroken door een grijze cirkel op de vloer en een geschilderd zeegezicht. De acteurs dragen zwarte kostuums, losjes gebaseerd op oude visserskleding, de vrouwen dragen gekleurde rokken van aan elkaar genaaide theedoeken De emotionele impact is groot als een personage even tegen de heersende redeneringen ingaat. Kniertje’s oudste nog levende zoon Geert die de confrontatie met Bos zoekt, de angstige weigering van Kniertje’s jongste zoon Barend om met de lekke boot ‘Op hoop van zegen’ mee te varen, redersdochter Clémentine die haar vader ter verantwoording roept. Maar iedereen wordt steeds weer met harde hand in het gareel gebracht.

Het knappe van de voorstelling is dat hij ondanks de strakke vorm op de juiste momenten een lichte toets weet te raken. Hier toont Jaap Spijkers zijn precieze acteursregie. In de bijrollen vormt Myranda Jongeling een aards duo met Bart Klever. Opvallend is de mooie bijrol van Saskia Temmink die van Geert’s vriendin Jo een lachebekje maakt dat langzaam haar levenslust ziet verdwijnen. Heijermans schreef tamelijk precies hóe zijn personages praten, een volks soort vissersidioom, en Spijkers zorgde ervoor dat het niet klinkt als een slecht accent, maar als een theatraal, verhevigd soort Nederlands.

Marisa van Eyle, bijziend en met holle ogen, haar handen steeds dichtbij het lichaam, maakt Kniertje enerzijds beklagenswaardig, maar tegelijk ook ergerniswekkend in haar passiviteit. Het is een toneel vol gebroken mensen die tragisch worden omdat ze één keer proberen om onder hun lot uit te komen.

Op hoop van zegen wordt tegenwoordig eigenlijk te weinig gespeeld –de eerste helft van de twintigste eeuw was het het populairste stuk van het land-, maar voor eventuele navolgers heeft Het Toneel Speelt de lat zeer hoog gelegd.

Op hoop van zegen van Herman Heijermans door Het Toneel Speelt. Gezien 14/1/09 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 16/1 en 5-8/3. Tournee t/m 2/4. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

Recensie: ‘Wat het lichaam niet vergeet’ van Oostpool

Parool,recensies — simber op 12 januari 2009 om 17:09 uur
tags: , , , ,

“Vind je me mooi?”, vraagt actrice Eva Marie de Waal rechtstreeks aan het publiek, “Toen ik aan kwam lopen, dacht je toen ‘mooie vrouw’ of ‘lekker wijf’?” Ze staat achter een glazen wand die de speelvloer en het publiek volledig van elkaar scheidt. We horen haar via een zendmicrofoon en megafoon-achtige luidsprekers. Blijkbaar kan ze ons verstaan, want als het publiek antwoordt gaat ze erop in.

Regisseur Marcus Azzini is één van de twee nieuwe regisseurs van de Arnhemse toneelgroep Oostpool, zijn Wat het lichaam niet vergeet is de openingsvoorstelling van de vernieuwde groep. Het is een tamelijk minimalistische performance, ontstaan uit improvisaties van de negen acteurs over de schoonheid en de kwetsbaarheid van het menselijk lichaam. Maar daaronder ligt Azzini’s eeuwige zoektocht naar echte liefde en tederheid op het toneel.

We zien twee acteurs tergend langzaam hun hemdje uittrekken, twee mannen aggressief dansen en dan weer in elkaars armen springen, acteurs liggend op de vloer, soms eenzaam, soms met z’n tweeën en soms het uitschreeuwend. Tussendoor loopt acteur Ali Ben Horsting, piemelnaakt en met een koptelefoon op, nu weer zittend, dan weer dansend.

En steeds weer dat rechtstreeks aanspreken van het publiek. Eva Duijvestein bekijkt iemand uitgebreid en zegt: “Zoals je tanden op je onderlip liggen, dat vind ik mooi. Is dat echt?” Janneke Remmers kleedt zich uit, springt met haar borsten tegen de glazen wand en vraagt: “Doe ik het goed?”

Die afscheiding tussen het publiek en het verder lege toneelhuis, het kille tl-licht en de metalige geluidsversterking werken beklemmend Het zorgt voor afstand tot de soms heftige beelden, af en toe zie je als toeschouwer jezelf weerspiegeld. Is dit een peep-show, een inrichting of een laboratorium? En wie worden er dan onderzocht, de acteurs of het publiek?

Wat het lichaam niet vergeet is soms spannend en kwetsbaar, maar even vaak ijdel, een tikje gênant en ergerlijk. Oostpool wil nadrukkelijk werken aan een herkenbaar toneelspelersensemble. Deze voorstelling voelt een beetje als een etalage van hun jonge, mooie, imperfecte lijven. Aan het eind liggen ze allemaal bij tegen elkaar lepeltje-lepeltje op de vloer. Een harmonieus begin van hun verdere samenwerking.

Wat het lichaam niet vergeet van Oostpool. Gezien 10/1/09 in Arnhem. Te zien in Amsterdam (Frascati) 3 t/m 7/2. Tournee t/m 21/2. Meer info op www.oostpool.nl

Recensie: ‘Wie weet overleeft de begeerte me’ van Alexandra Broeder

Parool,recensies — simber op 7 januari 2009 om 00:11 uur
tags: ,

Twee meisjes van zestien en een diva van 56. In haar nieuwe voorstelling zet regisseur Alexandra Broeder Lotte Meerdink en Lilou Dekker, twee tienermeisjes met wie ze al vaker werkte, tegenover Sylvia Kristel op het toneel. Lotte (de roodharige vamp) en Lilou (de bruine girl-next-door) willen actrice worden, of liever nog: ster. Ze willen jong, mooi, rijk en begeerlijk zijn. Kristel staat aan de andere kant van die wens. Zij is het allemaal geweest en kijkt nu terug, beschouwend en weemoedig. Dat is dapper, want naast deze meiden is Kristel onherroepelijk oud. Van hen uit gezien waarschijnlijk bejaard.

Het uitgangspunt van Wie weet overleeft de begeerte me (de titel is een citaat uit Kristel’s autobiografie Naakt) is ijzersterk, maar de voorstelling is wisselvallig. Kristel vertelt aan de hand van dia’s schuchter over haar mondaine leven en is eerlijk over haar afgenomen zelfverzekerdheid. Maar steeds zijn er bewust onhandige dialoogjes met de meisjes, die ook nog eens herhaald worden. Als Lilou en Lotte in een mooie jurk spelen dat ze op een feest zijn met champagne, celebrities en dansen op Donna Summer blijf je vooral naar Kristel kijken, de melancholie ten top. Uiteindelijk is Kristel’s reflectie interessanter om te zien dan de opgewonden arrogantie van de jeugd.

Maar misschien is het ook de tijdgeest. Kristel zat bij de nonnen op kostschool, leerde daar rechtop staan (“Je bent niet geïnteresseerd in wat er op de grond ligt, je kijkt omhoog.”) en hoogstwaarschijnlijk hunkeren naar vrijheid. Deze twee meiden staan al vijf jaar samen op het toneel. En jonge meisjes blijven dan wel mooi en verleidelijk, maar burgerlijk zijn ze tegenwoordig wel. Hoe geshockeerd ze wel niet zijn als Kristel hen voorhoudt dat ze nooit een béha mogen dragen. Hoe zeker ze zijn dat ze nóóit drugs zullen gebruiken.

Op de achtergrond staat Alex Klerk de dingen te doen waar je nu eenmaal een man voor nodig hebt: techniek, koken, opruimen en de tijd in de gaten houden. De voorstelling eindigt met de door Klerk gekookte macaroni, net zoals Kristel’s zus altijd maakte om haar met beide benen op de grond te houden. “Ik wilde dat mensen naar me keken en dat is het enige dat ze hebben gedaan”, zegt ze, en dan zie je het verschil. Een diva is nooit met z’n tweeën. Een diva is altijd alleen.

Wie weet overleeft de begeerte me van Alexandra Broeder. Gezien 6/1/09 in Bellevue. Aldaar t/m 7/2 en in het Rozentheater 10-11/4. Meer info op www.viarudolphi.nl

Recensie: ‘Hedda Gabler’ van Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 19 december 2008 om 13:39 uur
tags: , , ,

Nog voor de voorstelling goed en wel begonnen is schiet Hedda Gabler zichzelf al door het hoofd. Net als in Mulholland Drive van David Lynch kun je deze voorstelling zien als laatste gedachtes en angsten van Hedda; de korte periode tussen schieten en sterven opgerekt tot anderhalf uur, waarin we zien hoe het zo gekomen is.

Verwacht geen keurige opvoering van de klassieker van Ibsen. Regisseur Susanne Kennedy maakte voor Het Nationale Toneel een verfrissende, tegendraadse voorstelling, die drijft op het grote talent van haar hoofdrolspeelster, de Turks/Duits/Nederlandse actrice Çigdem Teke. Nadrukkelijk kiest Kennedy voor het perspectief van Hedda, de wilde generaalsdochter die verzeild raakte in een saai huwelijk, haar omgeving wil manipuleren, maar er zelf aan kapot gaat.

Alle acteurs zitten gevangen in een doos, behangen met gigantische foto’s van lichaamsdelen –vooral benen– tegen een achtergrond van onflatteuze stof. De kogelgaten zitten er al in. Voorlangs is over de hele breedte een dunne snaar gespannen. Doordringend kijkt Teke vrijwel continu het publiek aan terwijl ze daarme onheilspellende klanken voortbrengt.

Deze Hedda is een slechte poseur. In een te kort groen glitterjurkje en met Amy Whinehouse-haar blijft Hedda een gevoelig meisje dat zich een wild imago heeft aangemeten. Lijzig en met distantie zegt ze haar teksten –en regelmatig ook die van de andere personages- maar de verveling van iemand die daadwerkelijk uit het sociale patroon wil breken is voelbaar.

De andere personages zijn gemene karikaturen. Manlief Tesman is een sukkel in een hagelwitte kaftan en korte broek, Tante Julle is een oude man in drag. Alleen Eilert –de concurrent van Tesman- lijkt nog enigzins op haar met zijn emo look.

Tegen het eind raakt de voorstelling op drift, alsof Hedda’s bewustzijn uit elkaar valt. Een liederlijk feest met keiharde geluiden, een verkrachting, schreeuwende acteurs. Het is over the top en werkt maar half. Ook een soort balts-dans van de Tesman en Eilert wordt bijna kinderlijk.

Verder weet Kennedy haar dadendrang beter te doseren. De voorstelling lijkt op het eerste gezicht kil en deprimerend, maar wordt daar bovenuit getild door de gretigheid in spel en regie, en het charisma van Teke. Dat maakt deze Hedda Gabler een buitengewoon prettige uitvoering van klassiek repertoire.

Hedda Gabler van Het Nationale Toneel. Gezien 17/12/08 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Frascati) 2/1 t/m 4/1. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Sawm, Pax Islamica IV’ van Sabri Saad El Hamus

Parool,recensies — simber op 16 december 2008 om 01:02 uur
tags: , , ,

Het is een sexy stel, de zinnelijke Egyptenaar Sabri Saad El Hamus en de knappe Belgische theatermaker Sarah Moeremans. In Sawm spelen ze een intercultureel koppel. Hij voelt, na anderhalf jaar de koran niet te hebben opengeslagen, de neiging om te gaan bidden, en zij is overstuur omdat een Kutmarokkaantje haar in de Kentucky Fried Chicken voor ‘hoer’ heeft uitgescholden. Ze had hem aangesproken omdat hij zich niet aan de Ramadan hield.

Verwacht echter geen kwetsend of actueel gehakketak. Dichter Mustafa Stitou schreef een mooie poëtische dialoog en de makers bouwden een grote arabische tent in Frascati met rode vloerbedekking, waar je als toeschouwer slechts op kousevoeten naar binnen mag. De sfeer is licht en bijna romantisch. Sarah eist excuses van Sabri namens het jongetje in Kentucky Fried Chicken en na een mooie scène waarin Sabri de situatie omdraait en opblaast, geeft hij gehoor aan haar wens.

Ze herinneren elkaar aan hun ontmoeting, hij als rusteloze jager door Amsterdam, zij als gewichtloos meisje naakt in de woestijn dat hij op zijn schouders nam. Ze praten over God, ze bidden samen en hij wordt opnieuw verliefd op haar uitspraak van de Arabische ‘kh’-klank.

Sawm is het vierde deel van de serie Pax Islamica, waarin Saad El Hamus de vijf zuilen van de islam onderzoekt in evenzoveel voorstellingen. Sawm is niet het beste deel van de serie –daarvoor is de metafoor van de relatie van Sabri en Sarah voor die tussen de islam en het westen iets te simpel-  maar verreweg het meest toegankelijke. Ook de link tussen de voorstelling en de zuil waarop die geënt is –in dit geval de ramadan- is veel helderder dan in de drie eerdere delen.

Sawm gaat over onthouding, vooral met betrekking tot seks, en de lust van de personages wordt gesublimeerd in dansen. Eerst praten ze alleen, maar zij heeft al een een beige ballroom jurk aan en hij een rood stierenvechtersjasje met glitters. Ze eindigen dansend, in langzame, geconcentreerde bewegingen op Egyptische drama-pop, melancholiek en teder.

Sawm; Pax Islamica IV van Sabri Saad El Hamus, De Nieuw Amsterdam en Frascati Producties. Gezien: 15/12/08 in Frascati. Aldaar t/m 18/12. Tournee t/m 24/1.

Recensie: ‘Vrouwtje met de grote jas’ van Aan Tafel

Parool,recensies — simber op 28 november 2008 om 01:15 uur
tags: ,

Aan Tafel heet de theatergroep van Jurre Bussemaker, maar dat is een beetje misleidend. De ‘groep’ ging gisteren in première met de voorstelling Vrouwtje met de grote jas in Bellevue en daar bleek het meer het theatrale equivalent van een eenmansband met een paar sessiemuzikanten.

De voorstelling is vooral een verzameling cabaret-sketches rondom de droogkomische teksten van Bussemaker, met Bussemaker zelf als voornaamste uitvoerende in het decor van een soort afbraakpand, met doorgeslagen bakstenen muren (opzichtig nep) en houten schotten, die steeds meer worden aangekleed. Zijn meisjesachtige tegenspeelster Clara Bovenberg wordt een beetje gereduceerd tot aangever, terwijl ze met haar mooie volle kleinkunststem goed overweg blijkt te kunnen met de flegmatieke liedjes, die gespeeld worden door een combo van klarinet en piano in fleurige kleren.

De losse onderdelen zijn vaak helemaal niet slecht. Bussemaker is stoïcijns flegmatiek en durft ver te gaan in zijn poëzie van het banale. Hij wil een club oprichten met een paar leuke mensen en daarmee saaie dingen doen als een muur verven. Zijn personages denken als ze iets leuks willen doen aan computeren of televisie kijken. Liedteksten als “Je kunt naar buiten gaan en een rondje lopen/of binnen blijven en gaan zitten op de bank” worden geestig door de onderkoelde manier waarop ze gezongen worden.

Het probleem is dat de voorstelling maar geen geheel wil worden. Er is geen samenbindend verhaal en de thema’s -relaties, middelmatigheid en zelfexpressie- zijn zwak en niet voldoende concreet gemaakt. De lethargie van Bussemaker’s personages lijkt op die van de schrijver, die in deze voorstelling blijkbaar verdomd weinig te vertellen heeft.

Vrouwtje met de grote jas van Aan Tafel. Gezien 27/11 in Bellevue. Aldaar t/m 29/11, tournee. Meer info op www.theatergroepaantafel.nl.

Recensie: Licht is de Machine van De Veenfabriek

Sinds een paar jaar werkt Paul Koek vanuit Leiden aan zijn avant-garde combinaties van locatie- en muziektheater. Nu is zijn gezelschap De Veenfabriek neergestreken in een reusachtige hangar op het voormalige marinevliegveld Valkenburg, waar hij het ambitieuze maar moeilijk te doorgronden project Licht is de Machine regisseerde.

Een enorm groen uitgelicht blok verdeelt de ruimte in tweeën. Erin is een lage smalle spleet uitgespaard, waardoorheen we een Katwijks zeegezicht zien. De voorstelling begint met het afbreken van het enorm brede schilderij, zodat we de enorme hal erachter zichtbaar wordt. Het is als een waarschuwing: u hoeft verder geen herkenbaarheid te verwachten.

Wat we wel zien is (onder heel veel meer) een vertederende dans van kleine koepeltentjes, acteur Joep van der Geest die op high-tech mechanische stelten het toneel over rent, een klein orkestje dat minimal music, big band, folky liedjes ondersteund door sirenes en chinese muziek speelt, een enorme carnavalswagen met een meeuwenkop en een verdwaalde postbode op een motorfiets.

Achterliggend thema is het utopische ideaal van de 18e eeuwse filosoof  Charles Fourier waarin arbeid niet langer dient om identiteit of geld te verkrijgen, maar om aan elkaar goed te doen. “Een mens die acht uur per dag vuilnis ophaalt wordt gereduceert tot een vuilnisman, maar iemand die uit vrije wil twee uur per week vuilnis ophaalt blijft een mens die helpt de rommel op te ruimen.”

Van daaruit worden uitstapjes gemaakt naar utopieën van de verschillende acteurs zelf: Van der Geest als profeet van de mens-machine, Reinout Bussemaker als filosoof van de passie, Lizzy Timmers die het leven als kinderspel wil beleven en Yonina Spijker die economische common sense zoekt. De voorstelling eindigt met een adembenemend mooi ballet van tientallen bewegende gloeilampjes, een mechanische utopie van onmenselijke schoonheid.

Koek bracht een groot aantal kunstenaars bijeen –componist Martijn Padding, vormgevers Theun Mosk en Joost Rekveld, dramaturg en schrijver Paul Slangen- maar de inhoudelijke basis is te smal om het verband te blijven zien tussen de verschillende onderdelen. Licht is de Machine is een voorstelling die je graag goed wílt vinden, vanwege de compromisloosheid en gigantische ideeënrijkdom van de makers, maar een die uiteindelijk stikt in z’n eigen overdaad.

Licht is de machine van De Veenfabriek. Gezien 15/11/08 op Vliegkamp Valkenburg bij Katwijk (ZH). Aldaar t/m 13/12. Meer info op www.veenfabriek.nl

Recensie: De koopman van Venetië van De Theatercompagnie

Parool,recensies — simber op 14 november 2008 om 13:35 uur
tags: , , , ,

Eigenlijk is het komedie, De koopman van Venetië, maar we kunnen het nog maar moeilijk zo zien. De slechterik in het stuk, Shylock, is namelijk een Jood, en niet zomaar een, maar de ergste karikatuur van de vrekkige, wrede woekeraar. Net als Het temmen van de feeks (dat lollig doet over vrouwenonderdrukking) is het voor hedendaagse theatermakers een van de lastigste werken van Shakespeare omdat het onderwerp té beladen is om zonder grote ingrepen op te voeren.

De Theatercompagnie heeft het nu toch aangepakt. Het is waarschijnlijk de laatste voorstelling van de groep -de subsidie wordt stopgezet-, maar in deze zwanenzang brengt regisseur Theu Boermans datgene waar hij zijn roem aan te danken heeft in optima forma: een kraakheldere en lichte enscenering van een klassieker, schitterende gespeeld door een combinatie van oude cracks en jong talent.

Shylock, een nauwelijks getolereerde buitenstaander in het christelijke Venetië leent een som geld aan de koopman Antonio die tijdelijk zonder zit. Die leent het meteen weer door aan zijn vriend Bassanio die het geld nodig heeft om indruk te maken op de rijke, begeerlijke en ongetrouwde Portia. Maar Shylock stelt een gruwelijke voorwaarde bij zijn lening: mocht Antonio niet op tijd kunnen terugbetalen, dan mag Shylock een pond vlees uit diens lichaam snijden.

Boermans oplossing voor het antisemitisme is vernuftig: door in andere scènes (de andere vrijers aan het hof van Portia) hilarische maar ook pijnlijke karikaturen neer te zetten van Arabieren en Chinezen schetst hij in een decor van zilver glimmende sliertgordijnen effectief het beeld van een samenleving die bang is voor alles wat vreemd is. Net als Ivo van Hove deed met Het temmen van de feeks maakt hij de oorspronkelijke komedie tragisch en maatschappijkritisch door de bad guys sympathieker te maken en de helden met wantrouwen te volgen.

Shylock is een prachtige rol van Pierre Bokma, die de gedurfde combinatie van platte komedie en afgetekende tragiek bijzonder fraai naar zijn hand zet. Een echte ontdekking is Loes Haverkort, een nog jonge actrice die Portia neerzet als poor little rich girl, die zich na de pauze -in het rechtbankdrama dat volgt als Antonio niet kan betalen en Shylock zijn pond vlees opeist- als man vermomd een haarkloverige juridische oplossing vindt. Maar ook Eva van der Gucht, die met een opgetrokken wenkbrauw de zaal plat krijgt, en Mike Reus als oppervlakkige Bassanio zijn op dreef.

Het stuk wemelt van contracten, ringen die geloftes bezegelen en schuldbekentenissen. Het handhaven van de afspraken is doel op zich geworden in Venetië. De rechtbank kan Shylock niet tegenhouden ook al zou het tot de dood van Antonio leiden: de wetten zouden ongeloofwaardig worden. Haarscherp laat Boermans zien dat door de wet tot het uiterste te volgen de beschaving die zij moeten handhaven bij het vuilnis wordt gezet.

Het is moeilijk om deze Koopman niet ook autobiografisch te zien. Ook Boermans werd slachtoffer van regeldrift en zal zich nu voelen als Shylock: aan de bedelstaf, beroofd van zijn identiteit en gedwongen tot een zwervend bestaan. We wensen beter voor hen allebei.

De Koopman van Venetië van De Theatercompagnie. Gezien 13/11/08 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 15/11. Tournee t/m 23/12. Meer info op www.theatercompagnie.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2025 Simber | powered by WordPress with Barecity