Recensie ‘Ik ben weg’ van Het Toneel Speelt

Parool,recensies — simber op 26 september 2007 om 01:07 uur
tags: , , ,

Voor een toneelgezelschap dat maar twee producties per jaar maakt heeft Het Toneel Speelt flink wat langere lijnen in haar repertoire. Zo zijn er de gegarandeerde successtukken van Maria Goos, nieuw toneelrepertoire van Willem Jan Otten en soms Hugo Claus en opvoeringen van oude stukken van Vondel. Daarnaast neemt de groep volgend seizoen het zeer lovenswaardige initiatief tot het heropvoeren van recente Nederlandse stukken, de eerste daarvan is Geslacht uit 2004 van Prosceniumprijswinnaar Rob de Graaf, eerder uitgevoerd door Dood Paard. En dan zijn er de stukken van Ger Thijs.

Thijs is een buitenbeentje in het Nederlands theater. Een schrijver, regisseur en polemist met een klassieke opvatting over toneel, waarin realistische personages door middel van dialoog en confrontatie een dramatisch verhaal vertellen. Dat levert in het beste geval (Raak me aan twee jaar geleden) mooi degelijk en in het slechtste geval (De Stille Kracht, vorig seizoen) oubollig toneel op.

In zijn nieuwe stuk Ik ben weg, dat hij schreef en regisseerde, zet hij een opvallende combinatie acteurs tegenover elkaar. Mark Rietman, de getergde charmeur, die altijd een diep verdriet weet te suggereren en Peter Blok met zijn verraderlijke oppervlakkigheid en droge, komische timing.

Henry (Rietman) speelt een geslaagde kunstenaar met exposities in Zürich en Düsseldorf, die soms wel een ton krijgt voor één werk. Maar nu zit hij in een dip. Schilderen lukt al tijden niet meer en zijn vriendin heeft hem verlaten. Dan staat ineens Jozef (Blok) op de stoep. Een vriend van vroeger uit Limburg, de man die Henry’s talent zag en aanmoedigde en korte tijd zijn leermeester was. Maar Henry vertrok naar Amsterdam werd succesvol met “doorgaan waar Mondriaan is opgehouden”, terwijl Jozef in de provincie bleef aanmodderen met ansichtkaarten en kunstwerken voor bibliotheken.

De voorstelling drijft op de combinatie van de twee acteurs en de twee manieren van spelen en de confrontaties tussen de twee mannen zijn tragikomisch en onderhoudend. Het nadeel is dat als één van de twee niet op het toneel is de voorstelling danig inzakt. Jozef heeft zijn zeventienjarig dochter meegenomen en hoewel dat Rietman de kans geeft om een mooi ingehouden verleidingsdans te doen, is ze voor het verhaal geheel overbodig, net als de verwarrende flashback met Jozef’s overleden vrouw.

Misschien had Ger Thijs iets beter moeten luisteren naar de succesformule van Henry
“iets kiezen en er consequent aan vasthouden” en zich moeten beperken tot een scherpere strijd tussen de twee mannen. Nu zijn aan het eind beide mannen iets meer verzoend met het leven, maar eigenlijk is er niets wezenlijks veranderd. Noch bij de personages, noch bij de toeschouwer.

Ik ben weg van Het Toneel Speelt. Gezien 25/9/07 in de Stadsschouwburg, aldaar nog vandaag en 6 t/m 9/11. Tournee t/m 1/12. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

Recensie: ‘Electronic City’ van Susanne Kennedy, Gasthuis

Parool,recensies — simber op 23 september 2007 om 09:36 uur
tags: , , , ,

De jonge, van oorsprong Duitse regisseuse Susanne Kennedy viel vorig jaar op met de fysieke en eigenzinnige voorstelling Phaedra’s Love bij Het Nationale Toneel. Nu ensceneert ze bij het Gasthuis een nog niet eerder gespeelde tekst van de Duitse schrijver Falk Richter, Electronic City (2002), en toont daarbij een kenmerkend verschil tussen Nederlandse en Duitse toneelschrijvers.

Het is opvallend dat Nederlandse equivalenten en generatiegenoten van Richter zoals Eric de Vroedt, Marijke Schermer en Oscar van Woensel meer ‘gebruiksteksten’ schrijven. De schrijver is tevens regisseur, schrijft als het ware aan de rand van de speelvloer, op het lijf van een vaste acteursgroep. Nadat de eerste voorstelling is uitgespeeld is de kans dat het stuk wordt hernomen vrijwel nihil.

Duitse collega’s, naast Richter bijvoorbeeld Marius von Mayenburg en Roland Schimmelpfennig, lijken juist bewust bezig met het scheppen van nieuw repertoire. Ze regisseren ook niet hun eigen teksten en worden regelmatig opnieuw geënsceneerd bij een van de vele stadsgezelschappen in de uitgestrekte bondsrepubliek.

Electronic City gaat over verloren zielen, die de weg kwijt zijn in een wereld van vliegveldlounges, winkelcorridors en ‘welcome home’ hotelketens die overal op de wereld hetzelfde zijn, gemaakt voor gekloonde zakenmannen. Alleen aan het soort porno op het betaalkanaal is te zien op welk werelddeel je bent. Twee jonge mensen proberen in deze plaatsloze plaatsen elkaar te vinden. “Is dit de intensive care of de zwaarbeveiligde vleugel of de gang?”, vragen ze dringend aan het publiek.

Hij is verdwaald op een gang, op zoek naar de deur met daarachter zijn laptop, zijn mobiel, zijn codes en zijn agenda. Maar is hij op de goede verdieping, in het goede gebouw, in de juiste stad? Zij wordt de wereld rondgevlogen om producten langs een scanner te halen en geld in ontvangst te nemen in vliegveldwinkels, maar nu is haar scanner stuk. Het noodtelefoonnummer geeft een bandje en een gebruiksaanwijzing is onvindbaar.

Achter het hyperbolische wereldbeeld zit nogal belegen maatschappijkritiek. De consumptiemaatschappij zorgt voor eenvormigheid, niet alleen van onze omgeving, maar ook van onze persoonlijkheid en onze verlangens. Ieder denkt uniek te zijn, maar eigenlijk willen we allemaal onze eigen real-life soap, waarvoor we in gedachten al de voice-over inspreken.

Het zou bijna ergerlijk worden, ware het niet voor de twee opvallend fijne acteurs. Merijn de Jong is dan weer intens, dan weer lijzig en Çigdem Teke, die eerder opviel in Mightysociety3, weet snel te schakelen tussen de wanhopige kassamiep en de beschouwend reality ster. Kennedy laat zien waar ze goed in is: teksten die uit zichzelf niet zo dramatisch zijn confronterend en boeiend op het toneel brengen. Volgende keer hopelijk met een interessanter stuk.

Electronic City door Gasthuis Producties. Regie: Susanne Kennedy. Gezien 21/9/07 in het Gasthuis. Aldaar t/m 29/9. Meer info op www.theatergasthuis.nl

Recensie: ‘Tien geboden, deel 1’ van NT Gent

Parool,recensies — simber op 18 september 2007 om 00:22 uur
tags: , , , ,

“De wet dient de menselijke natuur niet te volgen, maar haar te verbeteren.” Een advocaat gebruikt het als ultiem argument tegen de doodstraf voor zijn cliënt, die een even gruwelijke als zinloze roofmoord pleegde. Het mag niet baten. Johan Simons baseerde zijn nieuwe voorstelling op de televisieserie Dekaloog van de Poolse filmmaker Krysztof Kieslowski die de oudtestamentische Tien Geboden vertaalde naar tien verhalen over moderne morele dilemma’s van een groep bewoners van een flatgebouw in een buitenwijk van Warschau. NT Gent zet deze verhalen in twee delen op het podium, de eerste vijf geboden dit seizoen, de andere vijf het volgende.

In een sobere, vertellende acteerstijl spelen de veelal jonge acteurs “de meeste zijn lid van het bij NT Gent aangesloten collectief Wunderbaum- de vijf verhalen over kleine mensen die voor grote keuzes staan. Op kerstavond moet een man kiezen of hij bij zijn vrouw blijft of met een vroegere minnares meegaat. Een vrouw overweegt abortus van een buitenechtelijk kind, maar alleen als haar doodzieke man blijft leven.

Aan het eind van ieder segment veegt een van de acteurs het betreffende gebod -op de achterwand van het enorme toneel neergekalkt- uit. Anderen pakken een paar nieuwe stoelen uit de keurige rijen meubels en een nieuw verhaal begint. Waar Kieslovski de eenzaamheid van zijn personages koppelde aan de eenzaamheid van de televisiekijker, roept Simons in het theater, toch een plaats van samenkomst, een bijna liturgische sfeer op.

Vaak is het in de eerste delen lastig om de abstractie van de geboden (Geen andere god aanbidden, God’s naam niet ijdel gebruiken) terug te vinden en blijft de voorstelling op ingehouden wijze larmoyant. Toch zijn er steeds kleine ontmoetingen, momenten van begrip tussen personages. Pas na de pauze (Eert uw vader en uw moeder en Gij zult niet doden) krijgt de voorstelling spanning en gewicht. Vooral het laatste verhaal, de door Els Dottermans prachtig klinisch beschreven roofmoord en de voltrekking van de doodstraf op de dader is indringend.

In een samenleving die schijnt gebaseerd te zijn op Joods-Christelijke waarden is het bijzonder nuttig om deze waarden eens aan een praktisch onderzoek te onderwerpen. Het basismateriaal van deze voorstelling is echter licht gedateerd. Door de moraal in het kleine te zoeken en doelbewust de kerk erbuiten te houden houdt Tien Geboden iets vrijblijvends. Gelukkig gaat later dit seizoen Simons’ hoogtepunt Platform in reprise. Beide voorstellingen hebben de vinger op de tijdgeest, maar Platform is indrukwekkender.

Tien Geboden, deel 1 van NT Gent en Wunderbaum. Gezien 14/9/07 in Rotterdam. Tournee vanaf maart 2008, te zien in Amsterdam op 31/3 en 1/4/08 en Meer info op www.ntgent.be

Recensie: ‘Hexen’, van Hekwerk, Bellevue Lunchpauzetheater

Parool,recensies — simber op 30 augustus 2007 om 22:05 uur
tags: , ,

Lang geleden, in 1983, schreef Youp van ’t Hek al eens een toneelstuk – Gebroken glas voor Centrum, waarin hij toen ook zelf meespeelde. Sindsdien werd hij een van de populairste cabaretiers van Nederland en nu Van ’t Hek zich opnieuw aan toneel waagt is dat nieuws en zijn de verwachtingen hooggespannen. Zijn stuk Hexen wordt in eerste instantie echter bescheiden gepresenteerd als lunchpauzevoorstelling in Bellevue.

De amusante voorstelling is een initiatief van de twee speelsters, voormalig cabaretière en Journaal-presentator Debby Petter -tevens mevrouw Van ’t Hek- en actrice Wivineke van Groningen, die zich mogen uitleven als bittere krengen op zoek naar wraak. Ze zitten semn op het bed van hun hotelkamer: vrouw nummer één en vrouw nummer twee van aartshufter Erik, die beneden net is getrouwd met vrouw nummer drie. Ze hebben een plannetje om gezamelijk op het huwelijksfeest een villein verrassingsoptreden te geven. Maar misschien hebben de twee wel een grotere hekel aan elkaar dan aan hun ex.

In hun onderlinge gekissebis kan Van ’t Hek veel van zijn vertrouwde thematiek kwijt: de ontmaskering van de burgerlijke hypocrisie. De vele snelle en genadeloze typeringen van de vriendenkring, de nieuwe vrouw en de bierbuik van de ex -“Zij moet hem vertellen of hij een erectie heeft, want dat kan hij al lang niet meer zien”- zijn meestal raak, maar klinken voor liefhebbers van de cabaretprogramma’s ook bekend.

Het probleem is dat de voorstelling goede grappen mist, zeker in het begin. Misschien bewaart Van ’t Hek zijn beste materiaal voor zijn volgende theatershow, maar deze voorstelling is iets te traag en wil nog niet gaan sprankelen. Daardoor is Hexen meer om te grinniken dan om te schaterlachen. Voor een deel komt het door de actrices, die er in hun timing te vaak net naast zitten, maar het ligt ook aan de tekst, die iets te veel cabaret is en iets te weinig komedie. Petter en Van Groningen krijgen erg weinig ruimte om méér te doen dan de minibar leegdrinken en zich af en toe verkleden, omdat alles wordt uitgesproken.

Maar als ze elkaar mogen aanpakken is de voorstelling op z’n leukst. Subtiel bitchy zijn ze over elkaars aftakelende lichaam: “Je draagt alweer een verticaal streepje; zou ik ook doen in jouw plaats.” Dat blijft geestig, tot in de goedgeplaatste plotwendingen en het zwarte eind.

Hexen, Bellevue Lunchvoorstelling. Gezien 30/8, aldaar t/m 9/9, tournee t/m 14/10. Meer info op www.hekwerk.nl

Recensies De Parade

Parool,recensies — simber op 10 augustus 2007 om 02:49 uur
tags: , , , ,

Een typische Parade-voorstelling biedt visueel spektakel, is circus-achtig en duurt hoogstens drie kwartier. Twee voorstellingen strijden dit jaar om de titel “meest ideale Parade-show”.

Tucht van Carver gooit de hoogste ogen en lijkt het snelst uitverkocht te raken van het hele terrein. Artistiek leider Beppie Melissen maakte een voorstelling over een school waar de meester banger is voor de kinderen dan andersom. Ze zette geen bekende Carver-gezichten op het toneel, maar jonge studenten van de mime-opleiding en twee gevestigde acteurs. De veel gelauwerde Bram Coopmans als leraar en de helft van cabaret-duo Droog Brood Bas Hoeflaak als obstinate leerling. Het levert fijn absurde scènes op met dictees, halsbrekende toeren op schoolbankjes en stille liefdes in het klaslokaal.

Maar ook Paljas van regisseuse Annechien Koerselman is een goede kandidaat. Onder anderen Bart Klever en Jacqueline Boot spelen in een vet melodrama over een oudere man, zijn overspelige vrouw, haar minnaar en diens rivaal, in de setting van een vet melodrama over een rondreizend theatergroepje dat één acteur tekort komt. Met een een echte Fiat 500, een niet echte ‘vrijwilliger’ uit het publiek en een spectaculair degengevecht zonder degens is Paljas uitzinnig, romantisch, razendsnel en erg grappig.

Deze twee voorstellingen tonen het beste dat het rondreizende theaterfestival te bieden heeft. Het is niet al te pretentieus, vermakelijk theater dat met plezier en vakmanschap gemaakt is.

Bovendien bewijzen ze dat het Parade-publiek niet alleen de rosé laat staan voor plat vermaak met seks en publieksparticipatie. Dat had mime-cabaretier en Wim Sonneveldprijswinnaar Jeroen Bouwhuis nog niet helemaal door. Zijn programma Thuis! draait wel erg rond de basale driften en werd nogal lauw ontvangen, ookal is zijn virtuoze act, waarin hij wordt aangevallen door zijn lepel wél erg knap en grappig.

Na dit weekend, in de laatste week van het festival, wordt het programma flink opgeschud en zijn er een aantal minder typische Parade-voorstellingen te zien. Daarvan beloven de expliciet politieke voorstellingen Laatste Nachtmerrie van Laura van Dolron en de Sjoerd Vollebregt Show van Eric de Vroedt (bekend van de voorstellingenreek Mightysociety) de meest interessante te zijn. Maar ook voor puur vermaak kunt u tot de 19e in het Martin Luther Kingpark terecht, bijvoorbeeld bij de driedimensionale festivalhit View-O-Rama of het virtuoze varieté van de Ashton Brothers.

De Parade. Gezien 10/8 in het Martin Luther Kingpark. Aldaar nog t/m 19/8. Meer info op www.deparade.nl

Recensies Over het IJ

De diversiteit van het aanbod aan lokatietheater op Festival Over het IJ op en rond het NDSM-terrein is dit jaar weer bijzonder groot. Opnieuw zijn het de jonge theatermakers die opvallen.

Bijvoorbeeld Deuten & De Goeij, die met Schmiere een hilarische clownstragedie maakten over een verlopen clown die, zodra hij merkt dat hij publiek heeft, de onbedwingbare neiging heeft om van alles een act te maken. Met gevaar voor lijf en leden doet de clown (een bijna psychopatische Daniel Koopmans) zijn energieke stunts met borden pannekoeken, tot chagerijn van zijn vrouw. Gelukkig voor het publiek zit hij aan een ketting vast zit die net zo lang is dat de toeschouwers buiten bereik blijven. Je lacht je rot, maar tegelijkertijd zie je hem met de ogen van zijn vrouw. De tragische draai is onvermijdelijk en dieptreurig. Erg knap en uiteindelijk liefdevol theater.

In een land hier van Elien van Hoek werd begeleid door Laura van Dolron en dat is te merken. Van Hoek is in de eerste plaats een expressieve mimester met een licht kinderlijke uitstraling, maar nu staat ze al pratend op het podium met diezelfde noodzaak om het zichzelf lastig te maken als Van Dolron. Oorspronkelijk wilde ze een sprookje vertellen, maar al die metaforen maken het maar leuk en ze wil iets serieus zeggen over de wereld. Ze biedt makkelijker intellectueel tegenspel dan het origineel, en dat is jammer, maar eigenlijk zijn er best wel meer makers van wie ik hun Van Dolron-voorstelling zou willen zien.

Orkater brengt de korte muziektheatervoorstelling Koud Meisje, die Paul van der Laan (van mimegroep Bambie) en Ria Marks koppelt in een mooi duet van dans en beweging, maar de tekst is zwak en de muziek iets te weinig onderscheidend.

Theatergroep ’t Woud speelt midden in het Vliegenbos de obscure Russische huwelijkskomedie Rijk over rijke vrouwen en arme mannen op de huwelijksmarkt tussen de Datsja’s, mooi verbeeld door de foto’s op de jurken van de vrouwen. De voorstelling heeft niet heel veel pretenties, maar is helder gespeeld -vooral Margien van Doesen valt op- en toegankelijk theater dat een groot publiek verdient. Tijdens de wandeling naar de speelplek geeft een boswachter uitleg. Zo leer je Noord ook nog eens kennen.

Nog een begeleide wandeling is de voorstelling Delicate Exemplaren van Blood for Roses op de Noorderbegraafplaats. De gids is biologe en vertelt over het leven tussen de dood – de bomen, reigers, insecten en het gezin valken. Maar gaandeweg komen er steeds vreemdere verschijningen voorbij. Een golfer op zoek naar zijn bal, een man met een rode puntmuts. En die vervaarlijk uitziende groep grafdelvers met hun graafmachientje, zijn die wel echt?

AT5 probeerde dit weekend uit alle macht een schandaaltje te maken van deze frivoliteit op gewijde grond, maar dat is echt onzin. De voorstelling stipt thema’s licht aan -zijn wij als publiek de geesten die op dit kerkhof rondwaren?-, heeft wat zwarte humor en blijft een beetje oppervlakkig, maar het is vooral de bevestiging van de begraafplaats als culturele ruimte. Dat lijkt me eerder een verdienste dan grafschennis.

Over het IJ Festival, Amsterdam Noord, NDSM Terrein. Aldaar nog tot 15/7. Meer info op www.overhetij.nl

Recensies ITS Festival

Parool,recensies — simber op 28 juni 2007 om 02:10 uur
tags: , , , ,

Ruim zestig verschillende voorstellingen vermeldt het programmaboek van het ITS. Het Amsterdamse festival voor schoolgaande en afstuderende theatermakers is erg groot geworden. Daarbij lijkt het ITS op een miniatuurversie van de Nederlandse theaterwereld: er is veel aanbod dat erg kort te zien is, het is moeilijk om erachter te komen wat leuk of bijzonder is, maar de gemiddelde kwaliteit is hoog.

En net als in de rest van het theaterveld is er ook bij de nieuwste toestroom theatermakers veel aandacht voor actuele kwesties. Soms expliciet zoals in Coriolanus van afstuderende regisseur Bas Jansen, soms met een metafoor, zoals in Animal Farm.

Van Coriolanus maakte Jansen een vloeiende Shakespeare-bewerking in hedendaags Nederlands die voortdurend knipoogt naar de actuele politiek. Met Wimie Wilhelm in een belangrijke rol krijgen de flitsende dialogen precies de goede combinatie van lakonieke timing en tragisch gewicht. Deze regisseur lijkt -net als veel van zijn generatiegenoten- zijn referentiekader eerder in film dan in theater te zoeken. De hyperbolische stijl van de voorstelling lijkt meer op Kill Bill en Sin City dan op de toneelversie die Toneelgroep Amsterdam nu speelt in Romeinse Tragedies.

Maar soms is Jansen ook weer verrassend theatraal. Met een bordkartonnen machinegeweer in zijn handen stampt Coriolanus -vurig gespeeld door Bart van der Schaaf- achter op de speelvloer zwarte en witte ballonnetjes stuk. Zo helder wordt de kinderachtigheid van oorlog niet vaak verbeeld. De techniek (zendmicrofoons) liet in de enorme fabriekshal op het NDSM-terrein behoorlijk te wensen over, maar deze regisseur geeft blijk van een gezonde combinatie van talent en ambitie.

Iets minder eigenzinnig is Animal Farm door de afstuderende acteurs van de Amsterdamse Toneelschool. Geholpen door George Orwell’s altijd nog krachtige parabel over de verwording van een revolutie maakte regisseur Lidwien Roothaan een kraakheldere voorstelling in gebleekte kleuren. Vooral Anne Prakke en Chava voor in’t Holt vallen op. Zij weten ieder stapje van de pervertering van de idealen even zichtbaar als onvermijdelijk te maken.

Maar actuele referenties zijn altijd een garantie voor goed theater. Neal Lewis studeert met de korte voorstelling The show must go on af aan de Maastrichtse opleiding voor theatraal performer, die eerder Lizzy Timmers en Laura van Dolron afleverde. Over Amerika moet het gaan en Lewis zet een reeks onwaarschijnlijk uitgekauwde clichés voor -in camouflage-tenue, rode glitterjurk en met een Abu-Ghraibmuts op- zonder één interessante gedachte te formuleren. Energiek is hij wel, deze Lewis, maar inhoudelijk is het zeer mager.

Dan liever een voorstelling als Es mußte nicht sein, die geen enkele politieke boodschap heeft, maar een filosofisch thema op de vierkante meter uitwerkt. Johanna Biesewig (afstuderend aan de mime-opleiding) koos een tekst van Max Frisch: een man krijgt de keus om de avond dat hij zijn vrouw ontmoette anders te laten verlopen. Keer op keer doen ze hun flirtage over, de ene keer loopt ze weg, de andere keer blijft ze. Bij oneindige keuzevrijheid is tevredenheid onbereikbaar. Een knap uitgevoerd miniatuurtje.

ITS Festival. Gezien 24, 26, 27/6/07. Nog tot 30/6. Meer info op www.itsfestival.nl

Recensie: ‘Cani di Bancata’ van Emma Dante (Holland Festival)

Parool,recensies — simber op 21 juni 2007 om 08:26 uur
tags: , ,

Straathonden, maar ook: parasieten, dat is de betekenis van de Cani di Bancata uit de gelijknamige Italiaanse voorstelling die enkele dagen op het Holland Festival te zien is. Schrijver en regisseur Emma Dante wil tegelijkertijd de beestachtigheid en de kinderachtigheid van de Siciliaanse maffia laten zien, en een waarschuwing meegeven voor het gevaar van de Casa Nostra. Het is expliciet politiek theater, dat buiten Italië waarschijnlijk veel van zijn symboliek verliest.

Maar vooral zijn het knappe spelers. Tien beestachtige mannen, eindeloos gehoorzaam aan de baas van de roedel, Mammasantissima, de ultieme heilige vrouw en vlees geworden mafia. In Nederland zouden we ze mimers noemen. Met hun te wijde pakken en slappe vilten dameshoedjes lopen ze parmantig over het podium. Met krachtige fysiek spelen ze vernederende spelletjes, vechten ze onderling en overtroeven ze elkaar in trouwe diensten aan de familie. Maar altijd onder het toeziend ook van Mammasantisima, de godmother in bruidskleed.

De schijnbaar losse choreografie van vechten en kruisen slaan heeft duidelijk elementen van de Commedia dell’Arte. Maar met z’n elven verwijzen ze ook af en toe nog even naar de andere Italiaanse religie: voetbal.

Mammasantissima wordt knap grotesk gespeeld door de actrice Manuela Lo Sicco. Soms schuimbekkend en met vertrokken gezicht, dan weer majesteitelijk flemend houdt ze haar dienaren onder de duim. Ze zit op een hoge houten zetel, terwijl de mannen ruzieën over wie er het dichtst bij haar mag zitten.

Tegen het eind wordt de voorstelling wel erg expliciet. De mannen blijken allemaal vooraanstaande posities te bekleden, een kolonel, een kardinaal, een gedeputeerde. De maffia mag dan inmiddels een bijna folkloristisch imago hebben van drugshandel, afpersing en diefstal, maar eigenlijk is dat maar een masquerade voor haar doordringende invloed tot in de hoogste lagen van de samenleving. Haar werk is verschoven van misdaad naar corruptie.

Mammasantissima geeft haar mannen expliciet opdracht om overheidssubsidies te regelen, de rechterlijke macht te infiltreren, zaken te doen en respectabel te worden, maar nooit de familie te vergeten. De tamelijk doorzichtige thematiek van het verscheurde Italië wordt nog eens versterkt door een kaart van Italië, op z’n kop, met Sicilië bovenaan en alle andere provincies als aparte eilandjes.

De mannen zijn gewillig. Ze kleden zich uit, op een masker na en staan met hun rug naar het publiek te masturberen. Op hun rug staat met zwarte verf “aan Maria vertrouwen wij het lot van Italië”. Het geluid van kletsend mannenvlees gaat naadloos over in het applaus.

Holland Festival: Cani di Bancata van Emma Dante. Gezien 20/6/07 in Bellevue. Aldaar t/m 22/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Romeinse Tragedies’ van Toneelgroep Amsterdam (Holland Festival)

En zo werd het toch nog het seizoen van Ivo van Hove. In september gooide hij een flinke steen in de vijver met zijn negenpuntenplan voor het theater. Daarna vertrok hij en maakte hij voorstellingen in Hamburg en Brussel, maar nu op het laatste randje van het seizoen is Romeinse Tragedies een van zijn meest indrukwekkende voorstellingen geworden.

In de zes uur durende monsterproductie over het politieke bedrijf worden drie tragedies van Shakespeare over het klassieke Rome in één magistrale krachttoer zonder pauze achter elkaar gespeeld, in een open setting, waarbij het publiek het podium op mag en tussen de acteurs op de jaren zeventig-banken mag zitten en een drankje en een broodje kan bestellen aan de bar.

Het is een vorm die Toneelgroep Amsterdam al eerder onderzocht in de voorstellingen van Carina Molier, zoals Huis van de Toekomst en Ruigoord 2. Overal is de handeling te volgen op beeldschermen, en het informatiebombardement wordt compleet gemaakt door beelden van talkshows, weerberichten, sportwedstrijden en videoclips, plus nog een lichtkrant met achtergrondinformatie, de koppen van Teletekst en droog commentaar als “Nog 180 minuten tot de dood van Julius Caesar”.

In de eerste twee delen, Coriolanus en Julius Caesar, ligt het tempo hoog en gaan over het belang van imago in de politiek. Coriolanus is een militair die het niet zo op heeft met het gewone volk en daarom verbannen wordt en verraad pleegt, ondanks de inspanningen van de mannetjesmakers en de spin-doctors om hem heen. We belanden in de wereld van openstaande microfoons en cameraploegen achter de schermen. Het publiek op de sofa’s en aan de bar lijkt soms op toehoorders of VIP-spotters, maar zou soms ook prima een groepje verveelde parlementair journalisten kunnen zijn.

Aan de retorica van Shakespeare’s taal wordt steeds de retorica van het beeld toegevoegd. Het mooist komt dat tot uiting in de redes die Brutus en Marcus Antonius houden bij het graf van Caesar. Brutus (Jacob Derwig, mooi beheerst) houdt een keurige persconferentie, maar Antonius (een zinderende Hans Kesting) breekt de regels van het spel, toont authenticiteit en dwingt de camera hèm te volgen in plaats van andersom.

Die scène is het draaipunt van de voorstelling, ervóór is de politiek nog een zaak van de ratio, erna is alles alleen maar persoonlijk. Het is de opzet voor het derde stuk: Antonius en Cleopatra, waarin de liefde van Antonius voor de Egyptische koningin hem ten onder drijft in de burgeroorlog tegen Octavianus (een onderkoelde Hadewych Minis).

Niet alles in de voorstelling werkt: de meer ingetogen scènes, waarin het spelen met vóór en achter de schermen van minder belang is, zoals de samenzwering rond Brutus, hebben te lijden onder de open vorm. Het laatste uur, de klaagzang van Cleopatra (zeer knap gespeeld door Chris Nietvelt), is lang en na het hoge tempo is de verstilling tastbaar, maar ook zwaar.

Als aan het eind Bob Dylan The times they are a-changin’ zingt, blijkt die verandering niet te gaan over de overwinning van democratie en vrijheid, maar juist over de opkomst van de dictatuur. Octavianus brengt weliswaar vrede en voorspoed, maar symboliseert een berekende realpolitik, waarin voor idealisme geen plaats is; precies datgene waar alle personages de afgelopen zes uur tegen gestreden hebben.

Holland Festival: Romeinse Tragedies van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 17/6/07 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 23/6, en later weer in augustus, tournee. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: Hoofd van Jetse Batelaan, Ro Theater

Parool,recensies — simber op 12 juni 2007 om 23:27 uur
tags: ,

Het is eigenlijk uitzonderlijk dat een jonge theatermaker die zo origineel en radicaal is als Jetse Batelaan er zelfbewust voor kiest om voor een zo groot mogelijk publiek te werken. Hij werkte eerder met Arjen Ederveen en met Carver en maakt nu voor het eerst een eigen voorstelling bij een groot gezelschap, het Ro Theater uit Rotterdam.

Net als zijn generatiegenoten Lotte van den Berg en Dries Verhoeven werkt hij aan een radicale theatervorm waarin hij vrijwel zonder tekst en met een even naïeve als melancholieke blik de wereld beziet. Maar juist door die naïeve blik is hun werk altijd helder en toegankelijk.

Vier spelers komen op, met een bos bloemen in de hand. Ze staan vol ingehouden verdriet naast een van de drie lege ziekenhuisbedden. Soms trekken ze even de al strakke lakens nog rechter of halen ze een kopje koffie uit de automaat. Soms sjouwen ze een levensgrote pop over hun schouder mee. Iedere pop heeft dezelfde kleren aan als een van de andere spelers en iedereen doet alsof die poppen niets bijzonders zijn.

Net als in zijn grote locatievoorstelling Broeders, vorige zomer, gebruikt Batelaan beelden en termen uit de zorg om wezenlijke dingen te zeggen over hulpeloosheid en mededogen. “Het geeft niet; we kunnen het allemaal niet” is zijn troostrijke motto. De voorstelling heeft geen verhaal of ontwikkeling, binnen een uur wordt eigenlijk één uitgebeende scène getoond. Een stilleven aan het ziekbed waar de toestand van de patiënt steeds “Stabiel” is totdat de dokter de “Uitslag” komt brengen die onveranderlijk “Slecht nieuws” luidt.

De combinatie van abstractie, absurdisme en alledaagsheid is Batelaan’s handelsmerk. De details -een saucijzenbroodje, een gesprekje over een annuleringsverzekering- zijn raak getroffen en maken de ziekenhuissituatie nog pijnlijker en onmachtiger. Het doet daarmee denken aan de geënsceneerde rouw uit de nieuwe fotoserie Grief van Erwin Olaf.

Maar Broeders was absurder en scherper. Grappig genoeg lijkt Batelaans werk op locatie hem de kans te geven de werkelijkheid scheef te zetten, terwijl hij hier in de theaterzaal een soort hyperrealisme nastreeft dat bij de toeschouwer verwachtingen opwekt die door de voorstelling niet worden ingelost. Wat overblijft is een mooie sfeertekening die meer met beeldende kunst te maken heeft dan met toneel.

Hoofd van het Ro Theater. Gezien 9/6 in de Toneelschuur in Haarlem. Volgend seizoen in Amsterdam te zien. Meer info op www.rotheater.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2025 Simber | powered by WordPress with Barecity